Herinnering aan... (1)
Het was daar op Biak bijzonder warm en men werkte
wekelijks van maandag tot en met zaterdag vanaf 's morgens
heel vroeg om dan 's middags te stoppen, want overdag was
het ruim 50 graden Celsius en 's nachts koelde het dan af
naar ongeveer 25 graden, dat is trouwens nog behoorlijk
warm.
In de slaapkamers sliepen wij met meerdere personen en
daar had iedereen een eigen klamboe, dat was toentertijd
zo'n groen net rond je bed, zodat je beschermd was tegen
muggen en dergelijke.
Douchen kon je evengoed buiten in de regen, want die
stortregens waren hevig en het duurde vaak korte tijd,
zodat die sloten (ofwel "slog-an") langs de weg vol waren
of overliepen. Karang was daar een soort levend gesteente
langs het strand maar ook op de open plekken tussen die
gebouwen. Als je dit spul in een klein wondje kreeg dan
had je er meestal behoorlijk last, want het werd dan
eerder groter als kleiner.
In het vliegtuig terug gingen die wonden zelfs weer open
en figuurlijk of letterlijk stond het bloed in je
schoenen.
Gelukkig had ik kennis aan een papoea-jongen, die van een
of andere struik een takje nam. Met het vocht daarvan kon
hij een uitbreiding stoppen en wel omdat hun kennis
hieromtrent toch iets beter was dan de medische wetenschap
van ons.
Bij de warme maaltijd stroomde altijd het zweet van ons
lichaam en ik denk dat er wellicht daarom een doorzichtig
plastiek kleed over het witte tafelkleed heen lag. |
Het warme
eten voor ons was meestal een diep bord met gewone witte
rijst en met wat groente dat leek op "nat gras" en dit met
gemarineerd ofwel gemalen vlees in een rode sju dat ook
vaak "dode marinier" werd genoemd en dat samen met een
zout tablet, een rode vitaminepil en een geel pilletje
tegen de malaria onder veel drinken dat ook wel "Lem" werd
genoemd en dit was schijnbaar een citroenpoeder met suiker
dat werd opgelost in koud water. Dus goed voor de dorst
...! Bier dronken wij ook wel eens maar uit flessen en
kennelijk zou daar een stof in zitten (een beetje
arsenicum?) om het bier in de tropen goed te houden.
Daarvan kregen we dus de hoofdpijn, althans, dachten wij.
Onze vrije tijd verbrachten wij vaak bij de "Bushbakker"
want daar kon je een broodje tartaar halen met ijskoffie
of anders gingen we naar het marinekamp "Sorido" en
overdag gingen we ook vaak zwemmen aan het strand in Parai
omdat wij (als LB-ers) toen onregelmatige diensten
draaiden.
|