VAKANTIE
 
Tijdens mijn eerste term in Nieuw Guinea, van april 1960 tot oktober 1961, had ik recht op een vakantie in het vakantieoord even buiten Hollandia. Met de Dakota van de Kroonduif vloog ik met een collega naar Hollandia, van waaruit we naar het vakantieverblijf werden gebracht. In diezelfde periode bracht een commissie van de Tweede Kamer onder leiding van generaal b.d. Couzy een bezoek aan Nieuw Guinea. Zoals gebruikelijk werd deze commissie goed afgeschermd en was er een dagorder uitgegeven waarin stond dat het ten strengste verboden was om contact met leden van deze commissie te hebben.
Het toeval wilde dat ik bij aankomst daar ook de Tweede Kamer commissie aantrof, die daar enkele dagen verbleef. De volgende dag, toen ik aan het filmen was, werd ik aangesproken door een van de commissieleden die mij om uitleg vroeg van zijn filmcamera die hij te leen had gekregen. We raakten in gesprek over mijn rang, functie en dergelijke. Ik vertelde hem ook dat ik secretaris was van de onderofficiersvereniging Sint Martinus. Prompt werd ik ’s avonds bij generaal Couzy ontboden, die mij opdroeg een aantal zaken op schrift te stellen die voor ons, militairen, een probleem vormden en die hij in een gesprek met de Minister van Defensie zou kunnen oplossen. Als ik geen papier had mocht het wat hem betrof op toiletpapier worden geschreven. Gelukkig was dat niet nodig.
Een voorbeeld van zo’n probleem was, dat militairen die terugkwamen op Schiphol niet met hun familie mee naar huis mochten reizen maar persé met militair vervoer naar huis moesten. Ook de situatie op de Keerkring is genoemd.
 

De volgende dag vertrok de commissie en nog geen uur later arriveerden er twee officieren vanuit Hollandia en werd ik op het matje geroepen. Op het terras werd een tafeltje met twee stoelen geplaatst voor de beide officieren. ik moest uiteraard blijven staan, en werd ik verhoord over mijn gesprek met generaal Couzy, waarvan een proces-verbaal werd opgemaakt.
Er werd mij te verstaan gegeven, dat het negeren van een dagorder wel eens een krijgsraadzaak zou kunnen worden. De beheerder van het vakantieverblijf moest ook een getuigenverklaring afleggen. Een afschrift van het proces-verbaal kon er kennelijk niet van af, want dat heb ik nooit gezien.
De redding kwam echter uit onverwachte hoek. Bij terugkeer op Biak na afloop van de vakantie, werd ik direct doorgestuurd naar het KLM hotel waar generaal Couzy op mij zat te wachten. De commissie zou diezelfde dag nog terugkeren naar Nederland. De tamtam had kennelijk goed gewerkt, want hij wist al wat er in Hollandia was voorgevallen. Ik kreeg opdracht om, wanneer dit voor mij nadelige consequenties zou hebben, onmiddellijk een telegram te sturen aan Generaal b.d. Couzy, per adres de Tweede Kamer in den Haag. En niet voor eigen rekening maar rekening Rijk.
Opgelucht reed ik naar kamp Sorido, waar ik me direct bij de Afdelingscommandant moest melden. Die was niet blij met dit akkefietje en voorspelde ook al Krijgsraad. Toen ik hem vertelde dat ik zojuist de generaal Couzy had gesproken en van hem instructies had gekregen, was er plotseling niets meer aan de hand. Ik heb er nooit meer iets van gehoord!
    

 back