GEBAKKEN MARINIER.

Bij het lezen van deze tekst zullen velen, niet oud Nieuw-Guineaganger zijnde, zich de wenkbrauwen fronzen en denken, waar gaan we het nu over hebben. Voor velen, zo niet de meeste oud Nieuw-Guineagangers, klinkt het als een bekend geluid uit de tijd van weleer en gaan hun gedachten uit naar een culinair lekkernij dat toen alleen nog maar bestond in dat paradijselijk land. Twee tot drie maal per week werd het aan de maaltijd toegevoegd als bijgerecht en dat kon zowel bij een brood als rijstmaaltijd. Maar wat is dan precies dat "overheerlijke" paradijselijke gerecht? In die periode waren de maaltijden heel erg sober, niet van de beste kwaliteit en de variatie heel eentonig. Het meeste was blikvoeding of gedroogde artikelen, terwijl de z.g. verse artikelen, w.o. groente en aardappelen niet bepaald van hoogwaardig niveau waren. Vers vlees was uit de diepvries en matig aanwezig terwijl verse vis alleen in zeer kleine hoeveelheden soms verkrijgbaar was en daardoor dus geen haalbare zaak was dit aan de menulijst toe te voegen.Creatief werken en omgaan met de artikelen die er wel waren was dus geen overbodige luxe en werd dan ook op diverse manieren gedaan. Zo ook door de toen gestationeerde chef-kok van de oude Marinekazerne Biak, ook wel bekend als de "Base".
Bij mijn weten was dat de majoor-kok Oenema. Het was een veteraan uit de tweede wereldoorlog die het nodige aan ervaring had meegemaakt en daarvoor was onderscheiden met het Bronzen-Kruis. Bovendien was het een man die enig respect afdwong en een goed gevoel voor humor had. Nu waren er, in die tijd, ladingen boterhamworst in blik in voorraad die dan ook, naar verhouding,werden geserveerd.

Heel dikwijls dus. Het gevolg was dat men geen boterhamworst meer kon zien, laat staan eten. Die majoor-kok, de honger van de oorlog meegemaakt hebbende,zag dit met lede ogen aan en wist dat het ook anders kon. Hij nam één blik van die worst en snee dat ik z.g. dobbelsteentjes.In een koekenpan deed hij wat boter, liet dit smelten om er vervolgens gesnipperde ui, knoflook en sambal aan toe te voegen. Nadat alles goed was opgewarmd en de uien glanzig waren, voegde hij de dobbelstenen worst toe en warmde het geheel nog wat op om het af te maken door een beetjes ketjap-manis toe te voegen. De "delicatessen"was geboren en enkele proevers vonden het geweldig en overheerlijk. Maar nu, hoe verder.Bij een onderbezetting van de kombuis ga je niet zo maar even voor zo'n kleine1000 man dobbelsteentjes worst snijden.Omdat men daarvoor niet gestudeerd behoeft te hebben en mariniers, in het algemeen, werken en handelen met een eenvoudig en normaal denkvermogen en soms wel eens wat tijd hadden,was de keus snel bepaald wie dat klusje ging doen. Daar kwam nog bij dat de mariniers en het kombuis personeel een gezonde haatliefde verhouding hadden. Dat kwam mede door het feit dat wanneer de mariniers op patrouille gingen of op bivak, altijd eerst nog een bezoek werd gebracht aan het kombuis om te kijken of er nog wat te ritselen was. Dat liep uiteen van keukenspullen tot blikken voeding en potten sambal. Alles was bij de mariniers welkom. Als de chef-kok dan weer eens iets kwijt was dan wist hij dan ook meteen in welke richting hij de dader moest zoeken al kon hij hem nooit aanwijzen. Zoals verwacht werd inderdaad dat klusje, en velen daarna, gedaan door de mariniers onder persoonlijke leiding van de majoor-kok.
next