NIEUW-GUINEA 1953-1955 EEN VERGETEN TIJD?
 
Regelmatig bezoek ik reünies van veteranen en ik kan U verzekeren, dat ik dat met de meeste plezier doe. Het ontmoeten van oud collega's in ongedwongen sfeer geeft toch een stukje van samenhorigheid, verbondenheid en kameraadschap. Verhalen van toen en de belevenissen van nu staan dikwijls in een fel contrast. De vuurvreters van weleer zijn nu rustige op leeftijd gekomen mannen die gezamenlijk toch een stuk geschiedenis hebben geschreven. Ik had en heb nog steeds een groot respect voor deze mensen, zowel in persoon als in eenheid. Toch valt het mij wel eens op, dat het er op lijkt dat de Nieuw-Guinea periode alleen maar bestaan heeft uit de jaren 1961 en 62 en dat de voorafgaande jaren van ondergeschikt belang zijn geweest. Natuurlijk is het zo, dat de gewapende conflicten in 61 en 62 in hevigheid toenamen en dat het risicovolle ondernemingen waren om dat een halt toe te roepen. Niemand zal dat ontkennen. De persoonlijke belevenissen zullen bij velen nog op het netvlies geschreven staan. Dus, wat betreft respect en waardering, zijn dit de mensen die het verdiend hebben en het ook behoren te krijgen. Wat echter niet vergeten mag worden is, dat er al vele jaren daarvoor vele collega’s waren, die in Nieuw-Guinea hun sporen ruimschoots verdiend hadden en dat deden onder véél mindere goede omstandigheden dan de eerder genoemde groep, t.w. die van de jaren 61-62. De eenheden die b.v. in de jaren 1953-55 daar zaten hebben het gehele voortraject gedaan om de eenheden, die ná hen kwamen, het iets beter en comfortabeler te maken. Maar niet alleen dát, ook moest nog alles in kaart worden gebracht en de contacten met de plaatselijke bevolking hechter worden aangehaald.

Dat kon alleen maar door er op uit te trekken(patrouilles) en hard aan de infrastructuur te werken. Als u daarbij bedenkt, dat het woon- en leefklimaat bijzonder primitief was, de salariëring laag en de voeding niet overdadig, dan kunt U zich misschien een beeld vormen. Het slapen was in zelfgemaakte hutten van ruw hout en golfplaten. Als je daarin slaapt met 40 personen, dan lijkt het mij wel duidelijk.  De dagelijkse kost was rijst met hachee uit blik met afwisselend snij- of sperziebonen, ook uit blik. Als broodbeleg was het vaste regel: haring in tomatensaus, kaas uit blik, cornedbeef en cervelaatworst. Ook deze producten waren.......uit blik. Verder waren er absoluut geen voorzieningen die het dagelijks leven een beetje konden veraangenamen. Koud drinken kreeg je één maal per dag bij de middagmaaltijd, mits de dieselcentrale niet was uitgevallen die nodig was, om de ijsblokken te maken voor de koude drank. Het gaat mij te ver om tot in de details te treden, maar neemt U nu echt van mij aan dat deze periode niet in verhouding stond tot de jaren 1961-62. In de laatstgenoemde periode was alles stukken beter en was de waardering goed tot zeer goed, niet misplaatst. Het woon- en leefklimaat, dus op de kazerne, was prima, voeding gevarieerd en van relatief goede kwaliteit alsmede de eetgelegenheid. Koud drinken was op diverse punten op het terrein aanwezig en de medische en geestelijke gezondheidszorg functioneerde goed. Samenvattend was de tijd van 1953-55(of nog eerder) minder rooskleurig dan de periodes erna.  Het is dáárom dat we goed beseffen dat de mensen van vóór 61-62 óók veteraan zijn en zelfs mogelijk, een grotere inbreng hebben gehad dan U in een betere tijd.     

next