De sloop van de oude filmcabine in volle gang, dan moet er wel wat gebeurd zijn en dat is juist. Eind Jan 1960 kwam er iemand van het hoofd gebouw in de centrale ik moest me melden bij de hoge baas. Ik dacht, wat nu weer??, daar hoorde ik, in zeer snelle praten, dat er van mij verwacht werd dat ik zo spoedig mogelijke begon met het opzetten van een reparatieafdeling die tot doel had het opzetten van een onderhoudsschema voor alle filmprojectoren in NNG dit onderhoud ook uitvoerde en de kapotte projectoren aanwezig in het hoofdmagazijn te repareren. De bouw van de filmcabine te ondersteunen en de installatie van de projectoren en het in bedrijf nemen hier van en houden tot mijn taak zou behoren. Ik stond aan de grond genageld, ik zij, daar ben ik voor gekomen, morgen melde bij de Heer Martins chef van de werkplaats aan het einde van de Mokmerstrip hoe je er komt zoek je maar uit, zij die, en nu weg wezen. Ik was ook zeer snel weg voor die zich zou bedenken ik heb met groot genoegen mijn dienst voor die dag in de centrale afgemaakt. Ben gaan vragen bij de MLD mannen of ik mee kon rijden met de opstap wagen die van uit het kamp naar het MLD vliegkamp Mokmer reed, de rest moest ik lopen was nog een behoorlijk eindje in die bloedhitte. Ik werd uiterst vriendelijk door de Heer Martins ontvangen hij vertelde wat er van mij verwacht werd en hoorde van mij wat ik er van dacht, hij zij Wil je gaat je gang maar komt best goed, je draait hier een ander dienst en met de Marine hebben we niks meer te maken je eet en slaapt er, verder werk je hier van 9 uur tot 16 uur en zaterdags vrij, je krijgt een speciale pas kun je gaan en staan waar je wil. Ik kon het haast niet geloven. Die Martins was een gepensioneerde adj-radio-radar man van de Marine en door een bedrijf uit Oegstgeest,

 wat een Marinebedrijf is waar ook veel burgers werken, die dus, vrijwillig, uitgezonden werden naar NNG, die mensen zaten met hun hele gezin op Biak. Dus ik zat op rozen, daar bedoel ik mee: geen gezeur van te laat, enz enz, ging heerlijk op de fiets, stapte af bij de poort, meldde mij af met de kaart en de slagboom ging open. Na drie keer zei de vast man aan de poort: “ga maar korp, ho ho!” Wat een geluk zeg! Op de werkplek stond dus een gebouwtje op een stukje grond met een hekwerk er om heen langs de weg met een poort. Die stond overdag open ‘s nachts dicht en er kwamen uit het kamp twee mannen die de wacht liepen. Er was een stapelbed en een klein keukenblok, daar moesten ze het mee doen. De meesten vonden het wel aardig zo. Het stukje grond was nog aardig verlicht ook, want in de tropennacht is het stikdonker.



      
next