De bouw van een nieuwe filmcabine in de openlucht bioscoop
Karang city te Biak.
Dit is vlug gezegd, maar er zit een heel verhaal aan
vast.
Het begint in Oktober 1959 aan boord van Hr Ms “De Ruijter”
waar ik, Wil Leijgraaf kpl elmnt al een lange tijd
geplaatst was en m’n baas wist, dat ik er wel van af
wilde.
Hij vroeg mij of ik naar NNG wilde met een bepaalde
opdracht, zo ja dan gelijk van boord en voor opleiding
filmprojector hersteller en operateur te Biak NNG.
Op verschillende plaatsen heb ik zo geleerd hoe een
filmprojector in elkaar zit en hoe je hem uit en ook weer
in elkaar zet. Ik moest ook naar Philips in Eindhoven daar
moest ik leren hoe een koolspits-booglamp werkte. Bij
Philips kreeg ik een maquette te zien met er op een
opluchtbioscoop die moest in Biak staan, de projectoren
met alles er op en aan waren al lang geleden naar NNG
verzonden, maar men had er nooit meer iets van gehoord.
Nadat ik alles in een paar dagen had geleerd, heb ik
beloofd, dat ik hen van uit NNG een bericht zou sturen hoe
het er mee was.
Terug in Amsterdam hoorde ik, dat ik op 09-12-59 op
Schiphol moest zijn om 23.00 uur vertrek naar NNG. Alzo
geschiede en op 12-12-59 landden we op Biak om 02.00 uur.
Het eerste wat bij het verlaten van het vliegtuig op viel
was de hitte die als een klamme deken op je neer viel. De
bus stond klaar, dus instappen en rijden maar. Slechte weg
en slecht verlicht, was even wennen, maar wisten wij veel.
We reden door een Kampong zij iemand, dat was dus Kampong
Sorido, dat was ook de naam van het Marine kamp, Kamp
Sorido.
|
We zochten
een tampatje op en gingen slapen, nou ja, dat ging niet
zomaar bij die hitte.
De volgende dag een lange route door het kamp om te
vertellen, dat je er was en ook langs je chef, want zonder
chef ben je nergens. Die chef was er een van de technische
dienst en zei: “je komt als geroepen! Ik kom een korporaal
in de dieselcentrale tekort, dus morgen melden in de
dieselcentrale.” “Ja maar….,” “Niks opgeleid, weg wezen.”
Ik dacht, dat kan erg leuk worden hier en dat voor 1,5
jaar, daar gaat je opleiding, maar je kunt niet veel doen,
dacht ik. De volgende dag dus naar die dieselcentrale, ik
schrok me rot in een grote hal stonden 7 stuks diesels te
loeien: 4 stuks aan één kant, van die grote jongens en er
tegenover 3 kleintjes aan elke diesel zat natuurlijk een
generator. Beide lange kanten van die hal waren open dus
de diesels zogen hun koellucht van buiten aan en bliezen
die langs diesel en generator, aan de ene kant 4 aan de
ander kant 3 stuks. De lucht die nu bloedheet was ging
tegen elkaar aan omhoog en daar was een dubbeldak naar
buiten, je zat dus bijna buiten, er was een
bedieningslessenaar om de zaak te bedienen. Die was een
beetje afgeschut. Bij een regenbui was het altijd paniek,
want dan kwam er geweldig veel water de centrale binnen.
Die werd door de koelers als een waaier door de hal
verstoven en dan was je kletsnat. Over de
bedieningslessenaar rolden we een zeiltje met de
bedoeling, dat het water een beetje tegen werd gehouden en
dat de vonken er niet uitvlogen. We liepen daar met z’n
tweetjes: een electroman en een machinist. De dienst was 8
uur op en 12 uur af en zo verder; de 12 uur af had je echt
nodig om bij te komen vanwege het lawaai.
next |