De helm

Even een verhaal uit 1957 over de toenmalige commandant van de marinierskazerne “Sorido” te Biak, Kapt.Huisman. In verband met de komende oefening op Woendi werden wij weggebracht door de sleepboot Hr. Ms. ”Wambrau”. Eenmaal aan boord ging de volledige bepakking af, zo ook de helm. Ik had mijn pack vlak naast de reling neergelegd, de helm er bovenop. Hoe het nu precies gebeurd is, weet ik nu nog niet, maar ik zag mijn helm op een gegeven moment op een plaats waar hij niet hoorde, n.l. in het water. Een paar schommelingen en daar ging mijn helm, inclusief binnenhelm roemloos ten onder. Na hem een poosje dom te hebben nagekeken, wat natuurlijk niets aan de situatie veranderde, was goede raad duur. Heb mij na enige aarzeling toch maar gemeld bij sergeant (ik noem liever geen naam) en verteld wat mij overkomen was. Hij vond het uiteraard maar knap stom, dat ik als de eerste de beste baroe op zo’n manier mijn helm was kwijt geraakt. Vertelde mij, dat hij daar een rapportje van moest opmaken en, om mij helemaal op mijn gemak te stellen, deelde hij mij tot overmaat van ramp mede, dat ik na de oefening weer terug op Biak, zeer waarschijnlijk bij kap.Huisman op parade moest komen, i.v.m. het ontvreemden van Rijkseigendom.  Al met al klonk het niet erg opbeurend en i.v.m. mijn vrije tijdsbesteding op Biak zag ik het somber in. “Maar nu”, zei de sergeant, “Opgelet! Nu zal ik herhalen wat jij volgens mij, aan mij hebt verteld. Tijdens de reis naar Woendi stond ik aan de reling van Hr.Ms “Wambrau”, het schip maakte een voor mij onverwachte slinger.

Ik greep mij vast aan de reling, maar mijn helm viel van mijn hoofd in het water. Zo is het toch gegaan, of niet?” Ik was te verbaasd om nee te zeggen, maar begreep al snel dat de sergeant mij een uitweg bood en liet dus niet na om bevestigend te antwoorden. De oefening op Woendi zal voor mij wel zonder verdere rampen zijn verlopen, want ik kan mij er niet veel meer van herinneren. Terug op de basis raakte dat incident met die helm een beetje op de achtergrond, mede doordat wij zoals gebruikelijk stevig werden bezig gehouden. Totdat het onafwendbare geschiedde en adjudant Smit met een niet te missen grijns op zijn gezicht mij op zaal kwam vertellen, dat ik op een bepaalde dag en een bepaald uur bij de commandant op parade moest verschijnen. Aldus geschiedde. Alles vers gewassen gestreken en gepoetst, melde ik mij bij adjudant Smit, die mij met haviksogen van top tot teen bekeek, of alles wel goed in de plooi zat en tot slot vertelde, wat mij te doen stond als ik bij de commandant naar binnen ging. Door al die fratsen raakte ik dat kleine beetje vertrouwen wat ik nog bezat helemaal kwijt. Met de moed der wanhoop dacht ik nog wel, krijgsraad kan zo’n geintje toch nooit worden! Door de adjudant werd ik naar binnen geleid en ja daar stond ik dan; de beschuldiging werd voor gelezen. Mij werd twee maal gevraagd, of de verklaring die ik had afgelegd juist was. Na met “ja” te hebben geantwoord pakte kapt.Huisman een helm onder zijn bureau vandaan met de opdracht die op te zetten en ook de kinband zo als het hoorde vast te maken. Dat ik in de val zat drong helemaal tot mij door, toen hij zei, dat ik gerust mocht proberen om zonder gebruik te maken van mijn handen die helm kwijt te raken. En ik heb het geprobeerd; ik had niets meer te verliezen.     Next