Sommeltjes
We maakten dankbaar gebruik van het gebrek aan discipline bij de luchtmacht. In tegenstelling tot marine en landmacht, ging het er allerminst militair toe.
Twintig jaar voordat men daartoe in het moederland overging, was de groetplicht bij ons afgeschaft, althans in de praktijk. Hoog en laag ging op voet van
gelijkheid met elkaar om. De enkele fanatiekeling die daar verandering in trachtte te brengen, gaf al gauw de moed op. Er was bij ons zelfs geen appèl.
Daardoor kon je verdwijnen zonder dat iemand dat direct merkte. Dat leek me ideaal, totdat ik met een groep collega’s een onbekende grot ging
onderzoeken en verdwaalde in dat gigantische labyrint. Tijdens het wanhopig zoeken naar de uitgang realiseerden we ons dat we pas na het weekend
zouden worden gemist, als we niet op ons werk verschenen en dat we niemand hadden verteld waar we heen waren. Ik had me er al een beetje mee
verzoend dat we van honger en dorst zouden omkomen, toen we eindelijk licht zagen tussen de stalactieten en stalagmieten. Er was een gat naar buiten
waar we net door konden, meer dan een kilometer van de plek waar we de grot waren binnengegaan. Problemen over het gebrek aan gezagsverhouding
en discipline ontstonden telkens als uit Holland nieuwe officieren arriveerden, die daar geen genoegen mee namen. Ze gingen dan orde op zaken stellen,
wat meestal niet lukte omdat iedereen vond dat juist zo’n nieuweling zich nergens mee moest bemoeien. Dat was immers een duidelijk aan zijn huidskleur
herkenbare “baroe” die voorlopig zijn mond moest houden. Ongeveer hetzelfde zie je op Texel waar het ook niet wordt geaccepteerd als “import”-mensen
de autochtonen tactloos de wet gaan voorschrijven, al zijn ze op hun terrein nog zo deskundig.
|
Ik ben eens slachtoffer geworden van zo’n regelaar.
Ik was bevorderd van soldaat eerste klas tot korporaal en was trots op de twee blauwe strepen die ik daardoor op mijn uniform kreeg. Nog
belangrijker was dat mijn soldij ging iets omhoog ging en de laatste drie maanden van mijn verblijf in NieuwGuinea zelfs zou uitgroeien tot een echte “wedde” met
aanzienlijke tropentoelage. Dat kwam omdat ik drie maanden en 22 dagen had bijgetekend om een jaar in het
over-zeese gebiedsdeel te kunnen zitten. Het sprak vanzelf dat ik als korporaal gewoon tussen de soldaten in het ruim bleef slapen. Maar een juist gearriveerde kapitein die over personeelszaken
ging, zag dat anders. Hij verwees me naar een speciaal korporaalsruim, dat ik moest delen met dikke mannen van middelbare leeftijd, merendeels
chauffeurs die in hun vrije tijd over niets anders konden praten dan vrouwen, auto’s en voetbal en elke avond bezopen waren. Wijzende op dit
cultuurverschil weigerde ik te verkassen. De kapitein in kwestie maakte er toen een dienstbevel van, wat inhield dat ik voor de krijgsraad zou
worden gedaagd als ik bleef volharden. Ik legde de kwestie voor aan mijn commandant, die de kapitein niet
wilde afvallen maar mij ook niet. We kwamen overeen dat ik een paar dagen in het korporaalsruim zou verblijven. Misschien viel het best mee. Maar het viel helemaal niet mee.
De eerste nacht kwamen de heren al stomdronken binnen, stonden aan mijn bed te rukken, omdat ze mij niet gezellig vonden en pisten tegen de kasten.
Ik heb nog steeds het rapport dat ik opmaakte van die gebeurtenis. Ik leverde het af bij mijn commandant en die besloot toen dat ik “voorlopig” terug
mocht naar de gewone soldaten. Dat was hem geraden ook, anders zou ik nooit meer op zijn kinderen hebben gepast. De man had namelijk zijn gezin
laten overkomen. next |