Rijexamen
Een ander object op Biak dat opwindende herinne-ringen wakker riep, was de Beaver-helling. Dat is een geasfalteerde helling naar zee ter hoogte van het vliegveld, door de Nederlanders gemaakt om Beaver watervliegtuigen aan land te kunnen trekken. Dat schuine stuk weg werd tevens gebruikt voor het moeilijkste deel van het praktisch examen voor het motorrijbewijs. Onder toezicht van het plaatselijk hoofd van de politie moest ik daar in mei 1962 met de Vespa scooter die van een onderwijzeres was geleend, 8-vormige figuren draaien, zonder met de voeten de grond te raken en daarmee bewijzen dat ik het voertuig volledig beheerste. Vervolgens een eindje rijden over de enige buitenweg die Biak toen rijk was, de examinator op veilige afstand in een auto er achteraan. Dat was het hele examen. Er was vrijwel geen ander verkeer, zodat het probleemloos verliep, hoewel het de eerste keer was dat ik op een scooter reed en geen rijles had gehad. Je moest alleen niet vergeten links te houden, want het verkeer in Nieuw-Guinea was (en is) links. Ook het theoretisch gedeelte van het examen stelde weinig voor, zodat ik het begeerde rijbewijs min of meer cadeau kreeg met de heerlijke zekerheid, dat ik het later zonder problemen voor een Nederlands rijbewijs kon inwisselen. Een pak van het hart, want in Holland was ik al een paar keer gezakt zodat ik dacht dat ik het nooit zou halen. Dat had me er overigens niet van weerhouden om als 18-jarige bij Maarten en Adriaan Vonk een motor te kopen, een NSU Fox 98 cc viertakt, anno 1954, die ik nog altijd bezit. Daarmee reed ik op Texel en later op het vasteland vrolijk bijna twee jaar lang rond en uiteindelijk tegen de lamp.

Dat was in Den Helder waar de politie argwanender was dan op Texel. Omdat ik militair was, werd de zaak overgedragen aan de marechaussee en die gaf de commandant van het Navigatiestation Noord, waar ik het weinig opwindende eerste deel van mijn militaire diensttijd doorbracht, opdracht tot “krijgstuchtelijke afhandeling”. Het liep met een sisser af, want het werd geen hechtenis of boete maar een “berisping”, die op mijn straflijst werd aangetekend. Het enige nadeel dat ik er later van ondervond, was dat mijn bevordering tot korporaal er enkele maanden door werd vertraagd. Het kostte dus toch geld, want een korporaal verdient meer dan een soldaat, vooral in de tropen. Op even comfortabele wijze haalde ik op Biak het autorijbewijs met de Volkswagen van ingenieur Roel Berkenbosch en zelfs veroverde ik het in Nieuw-Guinea verplichte bromfietsrijbewijs. Dat laatste gebeurde met een oude HMW brommer waarvan ik het eigendom deelde met Jan Boon. We hadden het ding gekregen (alweer van Berkenbosch) en slaagden er na een middagje sleutelen in om het weer aan te praat te krijgen. Dat gebeurde met hulp van Johan Rijkelijkhuizen, die op het vliegveld dagelijks bezig was met grote straal-motoren, maar gelukkig ook verstand had van tweetakt. Ik ben zelfs nog een tijdje in het bezit geweest van een zware motor, een Horex. Gekocht uit medelijden voor f 250,- van mijn chauffeur, een jongen uit Boxtel. Diens overspannen vriendin had in Den Haag zelfmoord gepleegd door zich voor de tram te werpen. Voor de militaire autoriteiten was dat reden om hem vervroegd te laten repatriëren, want hij was er helemaal kapot van en niet meer tot werken in staat.                                           next