Naar huis.
Officieel heette dat repatriëren. Wij noemden het “repatten” of “met repat gaan”. Een collega van mij die het bij vlagen moeilijk had,
maakte er een gewoonte van om twee keer per week als de DC 8 van de KLM laag over ons schip kwam, naar het hoogste dek te rennen.
Met gebalde vuisten zwaaide hij woedend naar het toestel en krijste: “Répatte, répatte!“. Dan kwam hij bezweet naar beneden,
ging op zijn bed zitten en begon hartverscheurend te huilen. Dezelfde jongen veroorzaakte ook tumult in de
openluchtbioscoop “Karang City” in de marinekazerne Sorido. Die bioscoop werd ook wel “Krasnadrumsky” genoemd,
omdat er aanvankelijk geen banken waren om op te zitten, maar afgedankte oliedrums. Telkens als bij het draaien
van het Polygoon journaal minister Luns of minister-president De Quai in beeld kwam, ging hij staan en begon de
bewindslieden die verantwoordelijk waren voor het Nieuw Guinea-beleid, uit te schelden: “Pleurislijders, hoerenlopers,
grote klóótzakken”. Het werd iedere keer erger. Toen een reportage werd getoond van de zilveren bruiloft van Juliana en
Bernhard, gooide hij stenen naar het doek, juist toen de Prins der Nederlanden, “mede namens mein Frau” een dankwoord
sprak tot het Nederlandse volk. De MP kwam toen in actie en de schreeuwende soldaat werd afgevoerd.
In februari j.l. stond ik weer in Karang City, nu in gebruik bij de Indonesische marine. Wéér werkte de computer.
Toen ik naar het enorme projectiescherm keek, dat verblindend schitterde in de zon, zag ik ineens een close up van
een man met een grote witte anjer in zijn knoopsgat, die met een Duits accent
dankwoorden stamelde.
|
Ook klonk geschreeuw van een soldaat. Maar dat geschreeuw was echt. Het was een Indonesiër die me met
Kong Fu-achtige gebaren wegjoeg, omdat ik zonder toestemming dit militaire object was
opgelo-pen.
“Dilarang keras masuk!!” oftewel: streng verboden toegang.
back |