nadat de vlieger als gevolg van een explosie aan boord een noodlanding moest maken.(..)
Als je die dingen na zo lange tijd terugziet, ga je als in een droom terug in de tijd. Je krijgt bij het herkennen van elk voorwerp beelden in je geest,
zó onwaarschijnlijk helder, dat ze concurreren met de werkelijkheid van het moment. Het lijkt op het geheugen van een computer. Door het intikken van één codewoordje floept ineens een enorme tekst vol informatie op het beeldscherm. Wonderlijk en sensationeel,
maar soms ook akelig.
Een marineveteraan die twee jaar geleden met ons op reis was, barstte in snikken uit toen hij op een straathoek een brievenbus uit de
Hollandse tijd ontdekte, met het opschrift “Posterijen” en de lichtingstijden van toen. In die brievenbus had hij, geteisterd door heimwee,
anderhalf jaar lang twee keer per week zijn brieven naar huis gedeponeerd. Brieven waarin hij zich groot hield. “Met mij gaat het best.
We zitten elke dag in de zon. Vanmiddag gaan we met de sergeant varkens schieten. Wat er in de Telegraaf staat over de toestand hier
moet je niet geloven. Soekarno zegt dat hij komt, maar dat heeft hij al zo vaak gezegd. Ik neem geen apie voor jullie mee want die hebben
ze hier niet....’’. Dat soort proza. Hij was destijds tegen zijn zin voor anderhalf jaar naar dat volslagen onbekende land aan de andere kant van de wereld gestuurd,
op Schiphol uitgezwaaid door huilende ouders en meisje. Dat meisje zou op hem wachten, “al duurt het nňg zo lang”, zoals vierstemmig
door De Selvera’s voor de radio werd gezongen. Het was een smartlap die eindeloos vaak op verzoek van het thuisfront voor “onze jongens” in
Nederlands NieuwGuinea werd gedraaid. Maar na een half jaar was ze al bezweken voor een ander. |
Bovendien was zijn moeder ziek geworden
en overleden. Na zijn repatriëring had het jaren geduurd, voordat hij zich weer een beetje in het normale leven had geschikt, omdat hij in tropisch
Nederland totaal van slag was geraakt. Kortom: báálen droefheid, zoals wij dat noemden. Alleen door het zien van die gietijzeren brievenbus
werden al die gedeeltelijk verdrongen toestanden in één keer
wakker geroepen. Zijn vrouw had er eerst wat kribbig op gereageerd, want met
haar had hij nooit ergens over gepraat. Dat gebeurde nu pas, achteraf tot grote voldoening.
Het kwam meer voor, dat dienstplichtigen tijdens het langdurige verblijf ver van huis in de problemen raakten. Een jongen uit Zoetermeer,
aanvankelijk voorbeeldig stabiel, zei van de ene dag op de andere geen stom woord meer. Uren lang kon hij zittend op bed voor zich uit staren. Als je vroeg wat eraan schortte, begon hij onredelijk te
schreeuwen en liep weg. Ze hebben hem
vervroegd naar huis moeten sturen, want er was niet meer mee te werken. Vaak ging het mis als er thuis iets vervelends was gebeurd. Dan voelden ze zich woedend en machteloos. Want even naar huis gaan was er natuurlijk niet bij. Dan kon het gebeuren dat ze ‘s nachts bij het wachtlopen met hun Uzi begonnen te schieten
op vuurvliegjes. Of ze werden gek van het
onophoude-lijke lawaai van brulkikkers en krekels. Ik heb eens een jongen telkens het hoge gras zien
inrennen, schreeuwend: “Bekken dicht, bekken dicht, krengen!!”.
|