Met de rechterhand gieten, met de linkerhand
poet-sen en tenslotte afdeppen met een doekje. Dat heet “tjebokken”. Het lijkt vies, maar het resultaat is veel schoner dan bij gebruik van papier,
zeker als je na afloop je handen wast. Reinigen op deze wijze is medebepalend geweest voor de gecompliceerde Javaanse etiquette.
Je mag nooit iemand de linkerhand toesteken. Dat is beledigend want die hand is bestemd voor onreine taken, zoals dus het tjebokken.
Westerse toeristen moeten niets hebben van deze methode en rennen direct de stad in om toiletpapier te kopen als het in hotel of “losmen” (logement) niet aanwezig is.
Meneer Dururanto had al papier voor me klaar staan toen ik een paar jaar geleden voor het eerst in zijn hotel kwam, maar ik gaf de rol met een hoofs gebaar terug.
Uit principe. Waarom zouden wij het beter weten dan 150 miljoen Indonesiërs, waaronder Javanen die al beschaafd waren, toen wij nog in berenvellen liepen?
“Saya tjebok!” riep ik monter, op mijn achterste wijzend.
Ik had er even later wel spijt van, want tjebokken is een kunst die geleerd moet worden. Letterlijk met vallen en opstaan.
Op hurken met de broek op je knieën met pannetje of fles water in een dunne straal precies op het juiste plekje gieten,
zonder dat je er zicht op hebt. Probeer het maar eens. In het begin gooide ik meer water in mijn broek dan tegen mijn kont
en één keer verloor ik het evenwicht, waardoor ik een zachte landing maakte op mijn juist gelanceerde fecaliën.
Ik heb toen onbedaarlijk om mezelf zitten lachen. Ik weet inmiddels ook waarom de methode in Nederland geen ingang heeft gevonden. Het water is te koud.
back |

|