Kamar satu
“Ah ... mister Harry! Room one?” Meneer Dururanto, manager van hotel “Irian” op Biak, wist het al. Ik neem altijd kamer één (kamar satu) want die is “kelas ekonomi”,
dus het goedkoopst: 25.000 rupiah (f 25,- ) inclusief drie maaltijden. Vorig jaar kostte hetzelfde vertrek 3000 rupiah minder, dus ik deed of ik hevig schrok, sloeg de
handen in wanhoop voor het gezicht en vulde zuchtend het hotelregister in. Daags tevoren had ik in een logement op Ambon iets meer dan tien gulden betaald,
weliswaar zonder maaltijden, maar toch. Dururanto was verbaasd. Hoe kan iemand die miljoenen rupiah’s uitgeeft om naar Indonesië te reizen, zo moeilijk
doen over die paar tientjes voor een hotelkamer? Ik legde uit dat het kleine Nederland dáár nu juist groot door was geworden: op de kleintjes letten.
Bovendien kwam ik van Texel (ik wees het spelden-knopje aan op de wereldkaart achter de hotelbalie) en daar zijn ze nog zuiniger dan in de rest van Nederland.
Ze worden daar niet alleen rijk door geld te verdienen, maar vooral door het niet uit te geven. Wie daar geliefd wil zijn, moet zorgen dat hij veel geld heeft,
maar toch heel bescheiden blijven, sober leven en veel goed doen in stilte.
Dururanto vond het ongetwijfeld "omong kosong" (kletspraat) maar luisterde
instemmend glimlachend, zoals Indonesiërs bijna altijd doen.
Overleggen met hen is daarom vaak problematisch. Ze zeggen ja en amen, maar wat ze er echt van vinden blijft een raadsel. Tot mijn schade ben ik daar laat
achter gekomen. Bij het regelen van nostalgie-reizen van
oud-militairen naar Nieuw-Guinea, hadden we van autoriteiten
mede- |
werking nodig omdat we gebouwen en
terreinen wilden bezoeken waar publiek gewoonlijk niet wordt toegelaten. Alle autoriteiten leken het
prima te vinden en zeiden alleen in héél moeilijke gevallen: “misschien”. Maar toen het zover was, maakten ze problemen en herinnerden zich niets.
We moesten iets “regelen” oftewel met smeergeld over de brug komen om het voor elkaar te krijgen.
Sindsdien weet ik dat “misschien” in Indonesië gewoon “nee” betekent.
Kamar Satu, kamer 1 dus, was nog even ontluisterd als vorig jaar. Er werkte slechts één lamp. De wasbak hing aan één schroef scheefgezakt aan de wand
van de badcel. Het tegelwerk was gebarsten en de spiegel ook. Het horregaas in de ramen was weggeroest zodat het barstte van de muggen, kakkerlakken
tjittjaks en allerlei andere kleine schepselen Gods.
De defecte waterleiding naar de douche was proviso-risch vervangen door een dunne koperen
benzine-leiding met bijpassend kraantje, afkomstig van een motorfiets.
Je kon het niet alleen op “open” en “dicht” maar ook op “reserve” zetten. Maar als je het kraantje
opende kwam er uit de douche geen water, althans niet direct. Dat gebeurde pas in de loop van de avond, als een bepaalde pomp elders in het gebouw werd
ingeschakeld. Er was wel een mandibak, maar die was lek en dus leeg. De kraan erboven deed het waarachtig, zodat ik kon mandiën
(met een steelpannetje water over je heen gooien) en na het gebruik van het hurktoilet de gebruikelijke hygiëne in acht nemen.
Dat laatste licht ik even toe voor mensen die nooit in Indonesië buiten de toeristenhotels hebben vertoefd. Indonesiërs gebruiken na de stoelgang geen toiletpapier
(dat is dan ook meestal niet aanwezig) maar maken hun achterste schoon met een fles of bakje water. next |