Zodat ik ook hem op een gegeven moment hoorde praten over "een of andere hooggeplaatste grrrote lul” waarmee hij kolonel-vlieger J.N. Mulder bedoelde, Commandant van het Commando Luchtverdediging Nederlands Nieuw-Guinea, kortweg de CCLVNNG. Dat was mijn baas, die er wel om kon lachen toen ik het hem vertelde. Omdat ik bevriend was met Landzaat, kreeg ik ook connecties met Nathaniël. Dat leidde tot een warme vriendschap die enkele jaren geleden werd hernieuwd en een tragisch aspect kreeg toen zijn zoontje dat hij naar mij had vernoemd, als gevolg van een hartkwaal overleed. Met Landzaat en enkele andere soldaten maakten we ‘s avond hoorspelen met behulp van een draagbare bandrecorder die ik uit Holland had meegenomen om gesproken brieven te maken en vogelgeluiden vast te leggen. Die hoorspelen, pure kolder, verzonnen we ter plekke. Fel realistische verhalen, soms met zoveel erotica erin dat het akelig veel op porno leek. Het hele ruim leefde mee als we bezig waren. Iedereen lachte zich tebarst, want de figuren in onze luisterspelen vertoonden treffende gelijkenis met sommige van onze “meer-deren” en dat was niet toevallig. In naam van Oranje om negen uur ‘s avonds moesten de opnamen worden gestaakt, want dan was het tijd om te luisteren naar Radio Nederland Wereldomroep met het speciale programma voor “onze jongens” overzee. Ik vond dat altijd heel ontroerend en schoot haast vol bij het horen van de herkenningsmelodie: In naam van oranje doe open de poort. De zender kwam meestal slecht door, met veel “fading” en geruis. Soms, als er veel zon-nevlekken waren, hoorde je haast niets en moest je een andere frequentie proberen. Je realiseerde je dan dat je verschrikkelijk ver van huis was, ook al door de woorden van de omroeper: “Landgenoten waar ter wereld ook, goede morgen, goede middag, goede avond”. Voor ons waren er speciale verzoekplaten- en

groetenprogramma’s. Familieleden thuis spraken dan tot hun dierbaren, wat meestal heel klungelig gebeurde, maar toch aangrijpend was. Moeders met door tranen verstikte stem: “Dag jongen, hoe maak je het? (snik). Met ons gaat het goed. Je moet vaker schrijven hoor. We hopen dat je met kerstmis weer thuis bent (snik). Ik bid elke dag dat alles maar goed mag aflopen. Dag, je moeder”. Dan volgde een plaat, meestal “Vaste rots van mijn behoud” of iets dergelijks. De vaders waren korter en zakelijker: “Dag Rob. We zullen maar aannemen dat je het goed maakt. Als jij schrijft, schrijf ik ook. Dag. Je vader!”. Pats. Het programma werd gepresenteerd door ene Karin, een trut die door ons walgend werd geïmiteerd. “Helloooo boys. Dit is Karin, met een praatje en een plaatje voor onze jongens”. Enzovoort. Er was ook een Indonesische propaganda-zender die op onze jongens was gericht. Die kwam aanmerkelijk beter door. De platen werden gepresenteerd door “Roos van Makas-sar”, die zich met hoerig stemgeluid tot de Neder-landse strijdkrachten wendde. Ongeveer zoals in het Erotica-programma van Veronica. De bedoeling was de jongens te demoraliseren door te vertellen hoe eenzaam zij waren in het land waar zij niet thuis-hoorden en hoe moeilijk de verloofde het thuis had met het lange wachten. Het schouderklopje dat Land-zaat zo graag kreeg, kwam rijkelijk laat. Hij was toen al terug in Holland en kreeg daar niet (zoals wij allemaal) alleen het Nieuw-Guinea herinneringskruis, maar een extra onderscheiding “wegens buitengewone verdien-sten onder zeer moeilijke omstandigheden”. De vol-doening daarover heeft hij maar korte tijd mogen smaken. Een paar jaar na zijn repatriëring werd hij ziek. Maagkanker in vergevorderd stadium. Hij over-leed op de operatietafel, nog maar 25 jaar oud. Wat zei Jim Schagen ook weer? De besten gaan eerst.
back