MARINIERSLEVEN
Naar aanleiding van een bezoek aan jou site en op jouw
reactie terug wil ik een poging wagen om mijn
herinneringen op mijn uitzending van aug 1960 T/M oct.
1961 op papier te zetten. Vertellen kan ik het beter maar
toch.
In augustus 1960 ben ik uitgezonden naar het voormalige
NNG als marinier. Dat dit toen een enorme ervaring als
jonge man was, moet een ieder duidelijk zijn. We waren in
Nederland op alle gebied nog niet zo veel gewend en naar
een land te mogen gaan zo ver van huis daar kon ik toen
alleen maar van dromen. Ik ben er vliegend over de
noordpoolroute met een, ik dacht een DC 7, naar toe gegaan
en alleen al deze reis was voor mij een enorme ervaring.
We hadden tussenstops op IJsland, Alaska en Japan en na
een vlucht van 36 uur kwamen we midden in de nacht op Biak
aan. Na enige dagen geacclimatiseerd te zijn en al meteen
begonnen met het bijwerken van mijn bruinschema. Wat een
“baru” was ik, maar wist toen niet beter en het strand op
Biak was wonderschoon. Tien dagen later gingen we op weg
met de klep 9607 naar Manokwari voor het volgen van een
opleiding infanterie specialist. De reis aan boord was
wederom een belevenis we zagen de vreemdste vissen e.d. en
voor we het wisten voeren we de Geelvinkbaai binnen. Toen
begon eigenlijk pas het echte mariniersleven: patrouilles,
landingen, marsen, enz. In november 1960 begon voor ons de
eerste infiltratie van “oom Boeng” (Soekarno) en we werden
er gelijk maar op af gestuurd naar de zuidkust. (voor meer
informatie over deze infiltratie leze men het boek: “De
marinierskant van het verhaal”, geschreven door voormalig
kolonel G. K. R. de Roos) gelukkig kwam ook aan deze
minder prettige ervaring een einde. |
Al met al
kan ik toch terug zien op een fantastische tijd, een enorm
vriendelijke bevolking, een prachtig land, enz. Wat me nog
steeds pijn doet, is hoe het in 1962 is gelopen voor de
Papoea bevolking en ik hoop, dat ze eens hun verdiende
onafhankelijkheid verkrijgen. De repatriëring naar
Nederland verliep niet helemaal vlekkeloos. We kregen
namelijk op Biak al te horen, dat we in Tokio een dag
moesten wachten om verder te vliegen i.v.m. een storing
aan het voor ons bestemde vliegtuig, een toen vrijwel
nieuw type genoemd DC 8. Inderdaad de volgende dag weer
opgestegen van Tokio-airport en na een uur paniek - wat
was namelijk het geval - een gecharterde plane van de
Venezolaanse luchtvaartmaatschappij verloor geloof ik
oliedruk op twee motoren. Paniek! We moesten terug
brandstof werd uitgespoten en verbrand en na een moeilijke
landing stonden we weer op Tokio. We kregen te horen, dat
we daar drie dagen moesten blijven daar het voor ons
bestemde vliegtuig van een nieuwe motor werd voorzien, die
eerst nog uit Nederland moest worden ingevlogen. We werden
toen gast van de KLM en ik moet eerlijk toegeven: wat zijn
we verwend zo uit de bush in een schitterend hotel met
alles erop en eraan! Wezen stappen in Tokio op excursies
van de KLM als gast. Niet over durven steken vanwege het
drukke verkeer. We waren ook niets meer gewend en kwamen
uiteindelijk vier dagen later pas in Holland aan. Gezien
het feit dat de communicatie in die tijd nog niet zo was
als heden, was er bij de familieleden behoorlijk paniek,
maar is alles toch nog goed gekomen.
|
back
|
 |
Peter Dreves
p.dreves@casema.nl |
|