ECHO’S [Epiloog]

Bij het begin van een verhaal hoort soms een proloog. Maar hier is slechts een stukje verteld, uit een langer verhaal van de 1e en 2e compagnie OVW-LSK die met 319 man in 1945 begon en in 1948 eindigde. Nu meer dan een halve eeuw later terug denkend, lijkt het dat gesol dat startte in mei ’45 te Ypenburg, onwerkelijk. Na enige maanden verblijf in Malvern Engeland met de ‘Stirling-Castle’ op weg voor een opleiding naar Australië, daar verbood de regering ons aan land te gaan. De enige stappen die we daar op hun bodem zette was om over te stappen op de Moreton Bay. In Batavia werd ons door de geallieerde autoriteit de toegang geweigerd. Het werd Penang op Malakka waar wij in het begin in die tropenwarmte in onze blauwe, wollen ‘RAAF’ winter uniformen rondstapten. We verzonden protesttelegrammen o.a. aan de toenmalig bevelhebber luchtstrijdkrachten Prins Bernhard wat mogelijk resulteerde om als dekpassagiers met de ‘Oranje’ [alleen voor toiletbehoeften en voedsel mochten we van de binnenfaciliteiten gebruik maken] mee te varen naar Batavia. Nu werden wij gelegerd in loodsen met rieten wanden en atap dakbedekking van het voormalig Japans kamp te Kramat Djati. Van daaruit werden we over de archipel verspreid. De meeste van ons kwamen in ’48 terug met het schip de ‘Nieuw Holland’. De legerleiding vond toen, dat we maar in een naar kamfer stinkend infanterie battledress, compleet met slecht gewassen lang ondergoed en voorzien van een allegaartje tassen en riemen huiswaarts konden keren. Alleen de helm was er niet bij. 
 

Voor het vaderland in zicht kwam organiseerde we een modeshow onder grote hilariteit van meevarende VHK dames en verpleegsters. Natuurlijk hadden flink met de kleding gemanipuleerd en onze rangen met scheepsverf op de mouwen geschilderd. Opnieuw kreeg de bevelhebber luchtstrijdkrachten een telegram en de transportofficier kreeg te horen dat we het verdomde om zo van boord te stappen. En ja hoor, we waren de sluizen bij IJmuiden nog niet door of werden geënterd door een kledingboot compleet met kleermakers. Zo, nu waren we tenminste met een grijs RAF uniform en een schoon overhemd, een bedankbriefje van Prins Bernhard en 200 gulden [kleedgeld], weer terug bij af. 

Uitgedaagd door L. Feijten zijn deze blaadjes over een niet al te bekend luchtmacht tijdperkje samengesteld met behulp van enige terug gevonden vergeelde kopieën en vage herinneringen. Met opzet zijn deze belevenissen in ‘WIJ’ vorm gesteld want alleen gezamenlijk hebben deze, toen net bevrijde oorlogsjongens zonder veel kennis van zaken met kunst en veel vliegwerk de zaak aan de gang gehouden. Op mijn beurt nodig ik graag oud Biakkers die na mij kwamen, ‘jahoen 2 , jang soeda loepa ’ [de vergeten tijd] dus ons onvoltooide verhaal na 1948 compleet te maken. Het hele +/- 3-jarig avontuur kostte me inclusief gratis reizen uitrusting, een wat kost en inwoning de somma van iets meer dan één Euro.

Grumpy 

Next