ECHO’S
[6]
De hoteleigenaar was in die onzekere tijden zo blij
met onze bezetting, dat hij zijn naar jaren ondergedoken T-Ford te voorschijn
liet halen en ons in de stad op een heerlijke bamisoep [met rauwe vis
etc.] trakteerde. We versierde noch een meerdaagse tocht
naar Bandoeng en al hadden we van de kerstviering weinig
gemerkt, wij kwamen ons verlof prima door. Ons Batavia avontuur zat erop. Toen wij
na meer dan 14 dagen zeer verongelijkt op het hoofdkwartier vroegen waar onze
terugreis papieren bleven, bleek daar niemand te weten dat we nog in
Batavia rondliepen. Altijd goed om te weten dat de diverse diensten zo plezierig langs elkaar heen
werkten. We kregen te horen dat de Mitchels en de Dakota’s van het transport
eskadron al zeer geruime tijd waren volgeboekt. Maar als de heren genoegen
namen met een boottocht kon dat geregeld worden. Met weer eens voorgewend gemopper gingen de
heren akkoord. Een week later stapten we op een vrachtvaarder met passagiers
accommodatie die onze richting uitging. We kochten op de pasar een
tandenborstel, nog wat potloden, papier en een oude wat roestige, bijna niets kostende wekker. Zo
scheepte we ons in voor een bar lange reis. Het ging goed tot Soerabaja, daar kreeg
het schip ‘de Bot’ een nieuwe bestemming. Nog langer van onze post
wegblijven vonden we te riskant, anders hadden we na een
interessante reis langs Java’s noordkust nog wat van Borneo gezien.
We vonden onderdak bij de Marine Luchtmacht, we keken onze ogen uit wat een
uitstekende organisatie, goede huisvesting, prima voedsel en uitstekend materieel. We ruilde bij hun
foerier onze afgetrapte schoenen en ons |
meegekregen groene werkpak voor een goed passend uitgaanstenue.
Na een paar dagen konden we met een Catalina meeliften tot Ambon.
Daar gingen we op zoek naar iemand met een blauwe cap. Wij blauwcappers
waren op bijna alle Indische basissen in de meest verschillende functies aanwezig. Van keuken tot
radiodienst en alles daar tussen. In de loop van de tijd was er een erecode ontstaan, een soort goed
bedoelde ondergrondse, om elkaar wanneer nodig te helpen.
Zij regelden onderdak en na een paar dagen een Mitchel die voor reparatie op weg was naar Biak.
Eigenlijk mochten we met zo’n kist niet meevliegen. Maar we
beloofden de piloten reparatievoorrang. Of ze ons geloofden of niet, wij konden instappen.
Onze aankomst op Biak begin februari ’47 na langer dan
een maand te zijn weggeweest verliep onopgemerkt, althans de
werkplaatsadjudant stelde geen vragen en we konden zonder verdere uitleg het werk weer
oppakken. Alleen jammer dat twee verschillende betaalmeesters wel op hoogte waren van de
opgeno- men voorschotten. Het bier van de achtergebleven rantsoenen
werd verdeeld. Evenals de plakkerige inhoud van het zeer gewaardeerde
pakket die de burgers van Zoutelande ons hadden toegezonden. Of er nog andere verlofgangers na ons
op pad zijn geweest weten we niet, je moet nooit teveel onnodige vragen
stellen in dienst van Hare Majesteit. Volgens ons meest betrouwbare
geruchtencircuit waren er mensen van de regeringsvoorlichtingsdienst op bezoek geweest. Ook
hoorden we op de zelfde wijze dat een cabaretgezelschap naar ons
onderweg was. Maar nog voor het berichtenblaadje ‘Biak Nieuws’ deze
verheugende mededeling het bevestigde, was de Dakota met het variétégezelschap ‘Han Snel geland.
Next |