ECHO’S
[4]
Het bleek dat we weer opnieuw gedetacheerd waren bij het KNIL, dat stond ook al eens met potlood
geschreven op onze verbandakte. Maar op Malakka bij de komst van de eerste groep militairen uit
Nederland werd daar ons soldij van fl. 1.00 per dag weer terug gebracht
naar de bekende Hollandse maatstaven van 75 centen. Nu bemerkte we dat de
dagelijkse inkomsten fl. 1.00 + 0.10 [gevarengeld] + 0.25 [rangtoelage] bedroegen. Maar het grote
voordeel van het KNIL verband was, dat in die organisatie bijna alle feestdagen
van de wereldgodsdiensten gevierd, of althans rekening mee
gehouden werd. Het betekende vaak onverwachte vrije dagen. We
besloten eens op verkenning te gaan en hadden daarvoor vier dagen beschikbaar. Volgens
geruchten liepen er wilde zwijnen rond. Bij de foerier hadden we twee junglekarabijnen geleend en met de
truck westwaarts op pad. Slapen konden we in de vrachtwagen.
We waren al eens eerder een slang tegengekomen en zonder 'bush' ervaring waren we
ook niet moeders dapperste zonen. De truck liep al na een paar uur vast en we gingen ons een weg door
het soms stekelig struikgewas banen. Daar ontmoette we in die wildernis
een eilandbewoner die blootsvoets "you are my sunshine" liep te fluiten, dat had hij van
de Amerikanen geleerd. Maar nog merkwaardiger, hij was de eerste die wij in originele kledendracht zagen
die op zijn jongeheer een 'koteka' [Maleis voor staart] droeg. Zijn peniskoker
was een leren etui van een lange telelens. Na de nacht op de ijzeren vloer
van het vervoermiddel te hebben doorgebracht, zijn we opnieuw gaan wandelen, tegen de middag
ontdekte we een modderpoel en iets met spoorafdrukken dat op een wildpad leek. |
Wij
uit de wind met de karabijn in aanslag uren doodstil liggen wachten, tot dat een kraaiensoort op
onze hoofden gingen pikken. Dat was te veel gevraagd. Moe, geschramd, met wat scheuren in
onze werkkleding en onder de muggenbulten waren voor het donker
in onze barak. De poging een zwijn te verschalken mislukte jammerlijk. Nee dit soort
expedities lieten we voortaan graag aan de infanterie over.
Vissen waren er voldoende, die werden in gedroogde vorm uit Makassar aangevoerd. Ze
werden daar aan strootjes in de zon gehangen of op matten langs de weg gelegd. Elk voertuig dat moest
uitwijken ging er overheen en wat te denken van al die honden die daar rondliepen.
Als sport probeerde wij wel eens de Papoea's na te doen, die visten met
speren of harpoenen, stokken met 4 gepunte ijzerdraadjes.
Want welke LSK'er had er in '45 nu aan gedacht zijn visspullen mee te sjouwen. De
inlandse vaardigheid mislukte ons en als we er al een te pakken hadden, dan had het beest stekels of
gekleurde vlekken. Wij droomde liever van vooroorlogse biefstukken of gehaktballen.
We hadden inmiddels tal van soldaten wijsheden opgedaan zoals: net doen of je overal verstand van
had. Beter nog: zorg voor een kennis op het stafbureau. Daardoor lukte onze aanvraag ook voor
kerstmis '46 een verlof te regelen. Dat betekende 14 dagen Batavia. Van bovenaf hadden we van Indië al
veel gezien. Onze voorkeur ging uit naar vervoer op één van de kustvaartuigen.
Redelijk te bikken en lekker luierend lang onderweg. Die wens ging niet in
vervulling.
Next
|