ECHO’S [3]

Na het eerste halfjaar begon er langzamerhand toch wat meer structuur in ons werk en zelfs vrije tijd te komen. Vooral de motor reparatiewerkplaats vertoonde vooruitgang. Het personeel dat in Base H was ondergebracht, was niet alleen de grootste, maar ook het meest gedisciplineerde groep op ons eiland. Zij waren het die initiatieven toonden om wat meer leven in de brouwerij te brengen. Er werden sportwedstrijden georganiseerd, Vooral toen de bemanning van de post-Mitchel enige voetballen hadden georganiseerd, werden tussen de diverse diensten een echte competitie gespeeld. Veruit favoriet was het papoea-bewakingsdetachement, zij scoorde met weinig spelregels de meeste doelpunten. Ook werd met vereende krachten de achtergebleven, sterk verwaarloosde filmprojector van de openluchtbioscoop aan de praat gekregen. Het apparaat had als lichtbron een vonk tussen 2 koolstaven, die synchroon te laten branden was de allergrootste klus. De radiodienst klaarde uiteindelijk het karwei. De films werden los gepraat van Amerikaanse bemanningen, hun toestellen maakten soms eens per maand op Biak een tussenstop. We keken af en toe tot middernacht naar drie hoofdfilms. Nu met onze commerciële TV niets bijzonders, toen een regelrechte sensatie. Maar ook naar minder sensationele beelden keken we trouw, zelfs een avond lang naar bedrijfsfilmpjes. Hoe doppen op melkflessen werden gezet en jampotten van etiketten werden voorzien enz. Geen mug die onze aandacht toen kon afleiden. Na ongeveer een halfjaar kregen de Amerikanen door, dat we de filmbreuken het gevolg van een gebrekkige machine niet hadden gerepareerd, daarvoor ontbrak ons het materiaal. 

Het was het einde van ons bioscoop tijdperkje. Biak werd de verzamelplaats van Japanners die na de capitulatie her en der gevonden waren of in opdracht van geallieerden het na-oorlogs gezagsvacuum hadden opgevuld. Hun verblijfplaats werd een kampje nabij de haven. Het voorbereidend werk gedaan door het Indisch KNIL personeel, had zelfs werden enige wachttorens gebouwd. De bewaking werd aan de orang blanda’s (wij dus) overgelaten. Wij zouden minder haat gevoelens tegen deze groep koesteren.  Wij PEP’ers waren het eerste aan de beurt om ongewapend die menigte in bedwang te houden. Dus om maar wat indruk te maken hadden we een Vickers punt 50 uit een dumptoestel gesloopt en met wat touw en spijkers aan de ons toegewezen toren bevestigd. Gelukkig hadden we geen munitie gevonden anders waren we met dat ding door de stellage gedonderd. Met gevoel voor humor hadden de Indische bouwers de toren precies achter de latrineloods geplaatst, behalve in de stank werden we dagelijks vergast op buigende mannetjes onder ons. De werkplaatschef had ons voor een klus, snel weten los te praten, we werden door anderen opgevolgd, zodat deze wachtdienst na een paar dagen was afgelopen. Als ons soldij na maanden weer eens werd uitbetaald, gingen we kijken in Bosnek. Het Papoea gehucht, in het oostelijk deel van het eiland, dat we uitgeroepen hadden tot hoofdstad. Enige tientallen hutten op palen aan de zeezijde en aan de landzijde idem dito. 
Ons doel was een rieten toko'tje van een Chinese eigenaar die soms wat roestige blikjes zoete gecondenseerde melk en fruit op sap verkocht. Ook had hij een doos met voor ons vreemde aanstekers,  een pijpje met daarin een vuursteentje en een lange lont, ze kwamen prima van pas.   Next